Student Clayton Mathilda over taalgebruik: “Trek één lijn over wat taalkundig klopt”

Student Clayton Mathilda over taalgebruik: “Trek één lijn over wat taalkundig klopt”

Omslachtig taalgebruik, lidwoordverwarring en verkeerde woordvolgorde: Clayton Mathilda ziet feilloos waar zijn Antilliaanse medestudenten mee worstelen. Als peercoach helpt hij andere studenten bij taal en andere kwesties. Zijn belangrijkste tip aan vakdocenten: trek één lijn over wat taalkundig juist is en wat niet.

‘Aangezien dat…’ schreef Clayton laatst in zijn stageverslag. Zijn stagebegeleider keurde die woordkeuze goed. Maar zijn vakdocent haalde er een ferme streep doorheen. Het moest ‘gezien’ zijn in plaats van ‘aangezien’. Uiteindelijk gaf internet de doorslag: ‘aangezien’ was wel degelijk goed.

Uiteenlopende meningen over goed taalgebruik, dat vindt Clayton erg ingewikkeld. “Daardoor ga ik ineens twijfelen. Beheers ik de taal dan toch niet goed genoeg? Deze discussie ging nog maar over één woord, maar hierover raak ik wel geïrriteerd. Ik wil zowel mijn school als mijn stage graag heel goed doen.”

Mezelf overtreffen

Vijf jaar geleden kwam Clayton naar Nederland voor zijn studie elektrotechniek aan Hogeschool Rotterdam. Claytons moedertalen zijn Antilliaans en Spaans, maar hij leerde ook Engels en Nederlands. Vanaf de basisschool kreeg hij Nederlandse les.

Later werkte hij op Curaçao bij Albert Heijn, waar Nederlands eveneens de voertaal was. Daar werkte hij samen met mensen met een goede afgeronde opleiding, zoals verpleegkunde. Waarom werkten zij dan bij de lokale supermarkt? Omdat er geen werk voor hen was, hoorde hij van hen.

Daar werd bij hem een zaadje geplant: vastbesloten om niet alleen een goede opleiding te doen, maar om ook daadwerkelijk aan het werk te komen. “Als je zoveel tijd en geld investeert in een studie maar dan geen baan vindt, dan heb je wel een hoge schuld. Vanuit thuis kreeg ik geen push voor een beter leven, dus dit moest echt uit mezelf komen. Daarom wilde ik naar Nederland. Hier heb ik geen andere keuze dan om door te gaan met mijn studie. Ik wil mezelf overtreffen.”

Nederlandstalige muziek

Ter voorbereiding luisterde hij op Curaçao doelbewust naar Nederlandstalige muziek en bezocht hij Nederlandstalige websites. Dat hielp hem om de taal op een hoger niveau te brengen.

Het maakte voor hem de overgang naar het onderwijs in Nederland gemakkelijker. Daarnaast is hij sowieso handig in talen. Hij wil ook nog graag Portugees leren, omdat het Antilliaans veel uit die taal overgenomen heeft. Stuur anderstalige studenten niet direct naar NT2, is zijn advies aan Hogeschool Rotterdam. “Voor mij startte het Nederlands daar op een te laag niveau. Ik had liever begeleiding gekregen op het niveau waar ik zelf behoefte aan had.”

Het lastigst zijn voor hem uitdrukkingen, zoals ‘op de vingers tikken’. “Die zinnen neem ik vaak letterlijk in plaats van figuurlijk. Ook hoorde ik hier vaak woorden waar ik op Curaçao nog nooit van had gehoord. ‘Iets realiseren’ bijvoorbeeld. Ik schreef altijd ‘iets doen’.”

Spreken, lezen of schrijven, dat maakt hem weinig uit. “Bij schrijven kun je opzoeken hoe het moet, dus dat vind ik gemakkelijk. Bij mijn stageverslag nam ik een keer een zin over uit een boek. Maar op school zeiden docenten ineens dat die zin niet goed was. Technici geven soms feedback op het Nederlandse taalgebruik, of een zin wel goed loopt of niet. Maar deze vakdocenten zijn zelf lang niet altijd deskundig in taal.”

Zijn tip voor vakdocenten is daarom: volg allemaal dezelfde lijn over wat taalkundig goed is en wat niet. Ze zouden daarover afspraken kunnen maken, denkt hij. “Als docenten zelf niet goed weten wat taalkundig klopt en wat niet, raken we nog meer in verwarring.”

Peercoach

Het goed begrijpen van de taal is de eerste stap op weg naar studiesucces, vindt Clayton. Naast zijn studie is Clayton nu actief als peercoach, waarbij hij als ouderejaars diverse studenten met dezelfde achtergrond begeleidt. Dat zijn meestal studenten uit de Antillen, maar hij begeleidt ook studenten uit Syrië en de Dominicaanse Republiek. “Ik wil dat iedereen zijn studie kan afronden en een baan kan krijgen. Alle studenten komen hier met dat doel. Ik motiveer ze, help ze met de planning en kijk of ik ze met de taal kan helpen.”

Woorden in het meervoud krijgen altijd ‘de’ als lidwoord, verkleinwoorden hebben altijd ‘het’, leert hij ze meteen als vuistregel. “Studenten stellen mij vragen die ik zelf ook niet altijd weet. Als ik het iemand anders kan uitleggen, leer ik het meteen aan mezelf.”

Taal is in ieder geval belangrijk, vindt hij. “Als je de taal goed begrijpt, heb je minder tijd nodig om de stof steeds te herhalen. Daardoor kun je beter worden in je eigen vak.”

Estafettevraag

Dit is het vijfde artikel in een reeks over taalvaardigheid. Iedere deelnemer stelt in deze serie een vraag aan de volgende deelnemer. Ex-student Tim van Driel (informatica) stelde deze vraag aan Clayton: “Welke voor en- nadelen ervaar je van het onderwijs op Hogeschool Rotterdam in een andere taal dan dat je gewend was?”

Clayton: “Voor mij is taal vrij makkelijk, omdat ik als kind ook Nederlands geleerd heb. Maar voor andere buitenlandse studenten kan Nederlands een erg lastige taal zijn. Deze studenten hebben hulp nodig bij d’s en t’s en de woordvolgorde, maar vooral bij lidwoorden. Ook herhalen studenten vaak in een tekst wat ze al eerder gezegd hebben, waarschijnlijk uit gebrek aan zelfvertrouwen. Ik wijs ze erop dat ze het ook in één regel kunnen opschrijven in plaats van in drie.”

Vraag van Clayton aan de volgende deelnemer: “Wat kan Hogeschool Rotterdam nog meer doen om studenten die zwak zijn in taal extra te helpen?”

5 0

Geef je reactie

Je emailadres zal niet zichtbaar zijn. Vereiste velden zijn gemarkeerd met een *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Lost Password

Please enter your username or email address. You will receive a link to create a new password via email.